automaat (elektriciteit)
.webp)
Een automaat is wat in de volksmond vaak de "zekering" wordt genoemd en bevindt zich in de groepenkast en dient ter beveiliging van de elektriciteitsleidingen in de woning bij kortsluiting of overbelasting.
| Categorie: | verwarming, elektriciteit |
|---|---|
| Synoniem: | installatieautomaat, zekeringautomaat, maximaalschakelaar |
| Gerelateerd: | zekering, aardlekautomaat |
Betekenis
Een automaat is een apparaatje dat zich in de groepenkast bevindt. Vroeger, toen nog geen automaat bestond werd gebruik gemaakt van een "zekering" ook wel "stop" of "smeltveiligheid" genoemd.
De taak van de automaat is om de elektrische bekabeling in de woning (let op: de bekabeling, niet de elektrische apparaten) te beschermen tegen de gevolgen van kortsluiting of langdurige overbelasting.
De automaat bevat daartoe twee losstaande beveiligingen. De beveiliging tegen kortsluiting werkt op basis van elektromagnetisme (technici: het is feitelijk een relais of magneetschakelaar) en kan daardoor in een zéér korte tijd de stroomkring onderbreken (de betreffende elektriciteitsgroep uitschakelen).
De beveiliging tegen langdurige overbelasting werkt op basis van een thermische beveiliging (technici: door een bimetaaltje vloeit de stroom van de groep, die wordt bij overbelasting zeer warm en bij een bepaalde temperatuur zal het bimetaaltje de automaat laten afschakelen). Eerst moet in de automaat deze thermische beveiliging warm worden (doordat een té grote stroom door de groep stroomt) en dan pas grijpt hij in. Dat kost dus (gelukkig) enige tijd.
Dit onderscheid van snel en langzaam ingrijpen van de automaat is heel gewenst gedrag. Bij een kortsluiting loopt er een zéér grote stroom, bijvoorbeeld tien keer zo groot als de waarde van de automaat, en dit zou binnen een hele korte tijd kunnen zorgen dat de isolatie van de elektrische bedrading (in de elektriciteitsbuizen) smelt en dat kan vervolgens leiden tot brand. Bij kortsluiting moet daarom binnen een fractie van een seconde ingegrepen worden.
Is sprake van overbelasting, dan vloeit een iets hogere stroom door de elektriciteitsgroep dan gewenst is, dan moet juist niet snel ingegrepen worden. Bij het inschakelen van bepaalde apparaten, vooral bij een koelkast, vriezer, airco, warmtepomp of stofzuiger, kan kortdurend (1 à 2 seconden) grotere stromen vloeien dan de waarde van de automaat, bijvoorbeeld 25 Ampère in een groep die gezekerd is met een 16A automaat.
Bij het inschakelen van dit soort apparaten is het juist niet gewenst dat door die kortdurende (en relatief kleine) overschrijding van de maximale stroom van de automaat, de groep uitgeschakeld wordt (het trippen van de automaat zoals technici dit noemen). Daarom zal bij een kortdurende en beperkte overbelasting de automaat niet ingrijpen.
De bekabeling in de elektrische installatie van een woning is zodanig gedimensioneerd dat een grotere stroom mag vloeien dan de waarde van de automaat. Hoe lang dit mag voortduren zonder dat de automaat ingrijpt is afhankelijk van de stroomsterkte. Hoe hoger de overschrijding van stroomsterkte van de automaat is, hoe sneller de automaat zal afschakelen.
Meer informatie
Meer informatie is te lezen in het artikel over de installatie-automaat.
Welkekiezenglossarium
In dit glossarium zijn nog veel meer termen te vinden, van "aanlegthermostaat" tot "zonnecollector", zie het welkekiezenglossarium
publicatie: 20230930 aanpassing/controle: 20231215 Foutje of aanvulling? Stuur ons een reactie
